Misverstanden aparte dienstverbanden en aparte loonheffingennummers

vrijdag 11 juli 2014- Er heersen enkele misverstanden met betrekking tot het aanmaken van aparte dienstverbanden (inkomstenverhoudingen) en aanvragen aparte loonheffingennummers. De aparte dienstverbanden zijn meestal wel nodig, maar de aparte loonheffingennummers juist niet. Hieronder laten we enkele verschillende situaties zien.

Misverstanden aparte dienstverbanden en aparte loonheffingennummers

Eigenrisicodrager WGA en ZW Uitkeringen
Als u voor beide uitkeringen (WIA en ZW) eigenrisicodrager (ERD) bent, dan is het voorgeschreven dat de WIA/WGA- én ZW-uitkeringen in afzonderlijke inkomstenverhoudingen worden aangegeven in de loonaangifte. Hierbij is echter het misverstand ontstaan dat deze dan niet samen in één loonaangifte mogen voorkomen en er dus ook aparte loonheffingen(sub)nummers moeten zijn. Dat is echter niet het geval.

De Belastingdienst geeft aan dat het een onjuiste veronderstelling is dat een ZW-uitkering door een ERD op een ander loonheffingen(sub)nummer moet worden aangegeven. De Belastingdienst geeft wel de voorkeur aan het in afzonderlijk inkomstenverhoudingen aangeven van de ZW-uitkering en/of WGA-uitkering. Dit kan ook binnen hetzelfde loonheffingen(sub)nummer, waarbij beide inkomstenverhoudingen een ander inkomstenverhoudingsnummer (NumIV) krijgen.
Het is dus alleen de bedoeling om de verschillende uitkeringen in aparte inkomstenverhoudingen (dienstverbanden) te verwerken. Het gevolg hiervan is automatisch dat ze apart in de loonaangifte en dus apart in de polisadministratie terecht komen. Het gaat er uiteindelijk om dat er in de polisadministratie bij het UWV goed onderscheid is te maken tussen de verschillende soorten uitkeringen en eventueel loon.
Als u als inhoudingsplichtige er voor kiest om de ZW- of WGA-uitkeringen in aparte bedrijven met aparte loonheffingen(sub)nummers onder te brengen, dan is dat per definitie in een afzonderlijke inkomstenverhouding en uiteraard ook goed.

Enkele aanvullende aandachtspunten:

  • Als u alléén eigenrisicodrager bent voor één van beide uitkeringen, dan is het (nog) niet voorgeschreven om aparte inkomstenverhoudingen te hanteren. Het is echter wel zeer wenselijk en verstandig voor een goed overzicht.
  • Als een werknemer, al dan niet naast regulier salaris, slechts één van beide uitkeringen ontvangt, is het ook (nog) niet verplicht om aparte inkomstenverhoudingen toe te passen. Het is echter wel zeer wenselijk.
  • Sommige werkgevers besteden het beheer van het eigenrisicodragerschap uit aan een externe partij. Dit is dan vaak een verzekeringsmaatschappij, die dan de eventuele uitkeringen rechtstreeks uitkeert. In dat geval is het wel noodzakelijk om aparte loonheffingennummers te hebben. U kunt namelijk niet zelf loonaangiftes in (laten) sturen, terwijl de externe partij dit ook doet. Mocht u en de externe partij hetzelfde loonheffingennummer gebruiken, dan wordt de loonaangifte overschreven door degene die het laatste de loonaangifte instuurt. Er ontbreken dan gegevens bij de Belastingdienst en in de loonaangifte, wat kan leiden tot problemen bij de aangifte inkomstenbelasting bij werknemers en andere problemen en boetes bij u als werkgever.

Werkbonus en uitkeringen
Bij de samenloop van salarisbetaling en een uitkering, terwijl een werknemer recht kan hebben op de werkbonus, is het ook van belang om aparte inkomstenverhoudingen toe te passen. Maar hier zijn geen aparte loonheffingen(sub)nummers nodig.
De werkbonus is, zoals u ook in deze nieuwsbrief heeft kunnen lezen, afhankelijk van de leeftijd, loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en de hoogte van het inkomen.
Wanneer een werknemer in hetzelfde dienstverband (inkomstenverhouding) loon uit tegenwoordige arbeid ontvangt en hij voldoet aan de overige voorwaarden, dan kan hij recht hebben op werkbonus.
Over een uitkering, wat meestal loon uit vroeger dienstverband is, heeft hij geen recht op werkbonus.
Binnen hetzelfde dienstverband worden alle inkomsten opgeteld in het loon voor loonheffingen, wat via de loonaangifte ook wordt gebruikt voor de inkomstenbelasting.
In de aangifte inkomstenbelasting is het wel mogelijk om het loon uit vroegere arbeid en het loon uit tegenwoordige arbeid, gescheiden op te geven, waardoor ook in de inkomstenbelasting rekening gehouden wordt met de voorwaarden voor de werkbonus. Zijn beide soorten inkomsten echter in één dienstverband opgenomen, dan is er maar één bedrag aan loon voor loonheffingen. De Belastingdienst gaat bij de aangifte inkomstenbelasting dan uit van dit ene bedrag. De werknemer kan dit wel proberen apart op te geven, maar dit wordt niet geaccepteerd, omdat daar dan geen bewijs voor is. Het gevolg kan zijn dat de werknemer de via de loonstrook ontvangen werkbonus weer moet terugbetalen. Dit is dus op te lossen door voor werknemers die qua loon uit tegenwoordige arbeid voldoen aan de voorwaarden voor werkbonus twee aparte dienstverbanden (inkomstenverhoudingen) met dus verschillende inkomstenverhoudingsnummers (NumIV) toe te passen. De ene voor het loon waarvoor hij momenteel nog werkt en de ander voor de uitkering. Beide inkomstenverhoudingen mogen wel in dezelfde loonaangifte, dus is er maar één loonheffingennummer nodig.

Bron: Belastingdienst Actueelberichten 2014