Heffingskortingen en werkbonus: gevolgen aftoppingsregeling

vrijdag 11 juli 2014- De Belastingdienst heeft in de tabellen voor de loonheffing een afbouw voor de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de werkbonus opgenomen. In de praktijk leidt dit voor veel werkgevers en werknemers tot onduidelijkheid en zelfs tot naheffingen in de inkomstenbelasting. Het toepassen van de tabellen voor de loonheffing is verplicht, waardoor dit niet zonder meer is te voorkomen. Om eventuele naheffingen te voorkomen, kunt u onderstaande toelichting wellicht goed gebruiken.

Heffingskortingen en werkbonus: gevolgen aftoppingsregeling

Werking loonbelastingtabellen
In de loonbelastingtabellen staan de in te houden bedragen vermeld bij een bepaald loon. Deze tabellen zijn door de Belastingdienst samengesteld met de door de Belastingdienst ontwikkelde en voorgeschreven rekenregels. De tabellen zijn gemaakt op basis van een gemiddeld periodeloon voor loonheffingen (belastbaar loon) en de leeftijd bij de werkbonus. Met bijzondere beloningen wordt in deze tabellen geen rekening gehouden.

In de tabellen zijn ook de algemene heffingskorting en de arbeidskorting verwerkt. Dat is overigens al jaren zo en dat heeft tot 2013 ook geen noemenswaardige verschillen tussen de loon- en inkomstenbelasting opgeleverd. Alleen als een werknemer bijzondere beloningen had ontvangen en deze op een te laag percentage bijzonder tarief werd belast - bijvoorbeeld 42%, terwijl in de inkomstenbelasting de werknemer op 52% uitkwam - dan moest er inkomstenbelasting worden bijbetaald.

Grotere verschillen loon- en inkomstenbelasting
In 2013 zijn er afbouwregelingen voor de algemene heffingskorting en de arbeidskorting ingevoerd. Daarnaast is de werkbonus sinds 2014 ondergebracht in de loonbelastingtabellen in plaats van in de inkomstenbelasting. Hierdoor ontvangt de werknemer die daar recht op heeft deze ook eerder via de loonstrook. De algemene heffingskorting, arbeidskorting en werkbonus zijn door deze maatregel afhankelijk geworden van de hoogte van het totale loon. Dat betekent dat als iemand boven een bepaald bedrag aan loon komt, er minder kortingen of werkbonus verrekend wordt.

Vanaf 2013 ontstaan hierdoor grotere verschillen tussen de loon- en inkomstenbelasting, waardoor er meer situaties ontstaan dat werknemers via de inkomstenbelasting loonheffing moeten terugbetalen. De oorzaak is dat er geen of te weinig afbouw algemene heffingskorting of afbouw arbeidskorting is verrekend of teveel werkbonus is toegepast. Dit komt vooral doordat de bijzondere beloningen niet in de loonbelastingtabellen worden meegenomen.

In 2013 werd in de loonbelastingtabellen helemaal geen rekening gehouden met bijzondere beloningen. Vanaf 2014 wordt wel meegenomen dat de meeste werknemers eenmaal per jaar 8% vakantiebijslag ontvangen. Dit vanwege allerlei klachten, om al te grote verschillen tussen loon- en inkomstenbelasting te beperken.

De verschillen tussen loon- en inkomstenbelasting komen voor zodra aan een werknemer grotere bedragen aan bijzondere beloningen betaald worden, waarbij de verschillen tussen loon- en inkomstenbelasting in 2014 gemakkelijk kunnen oplopen tot ruim € 1.700 op jaarbasis. Dat gebeurt overigens pas bij een redelijk hoog inkomen. Maar het verschil kan al beginnen bij een inkomen vanaf € 19.465, als de afbouw van de algemene heffingskorting start.

Wanneer komen deze verschillen voor?

  • Heeft een werknemer regelmatig per periode wisselend loon, dan kunnen er al verschillen ontstaan. In de loonbelastingtabellen wordt namelijk rekening gehouden met een loon per periode. Dit is dan een bedrag wat herleid is naar een jaarloon waarop heffingskortingen of werkbonus naar gelang dat herleide jaarloon worden toegepast. Komt de werknemer in de ene periode dan boven een bepaalde grens, waardoor er afbouw toegepast wordt en blijft hij in een andere periode daar onder, dan komt hij op jaarbasis voor de inkomstenbelasting mogelijk zodanig uit, dat er te weinig kortingen zijn toegepast en er dus te weinig loonheffing is ingehouden.
  • De verschillen worden forser als bovenstaande verschillen per periode groter worden, maar vooral ook als er grote bedragen aan bijzondere beloningen worden verwerkt, die hoger zijn dan 8% vakantietoeslag. Denk hierbij aan bonussen, overwerk en andere extra beloningen.
  • Als een werknemer het hele jaar door elke periode een ongeveer gelijkblijvend loon heeft en alleen vakantietoeslag als bijzondere beloning, dan is het meestal geen probleem, tenzij de werknemer nog inkomen uit andere bronnen heeft.

Hoe kunt u dit voorkomen?
Als uw werknemer wisselend inkomen per periode heeft en/of hoge bijzondere beloningen, dan kunt u bijbetaling van inkomstenbelasting voorkomen door elke periode vrijwillig extra loonheffing in te houden. Hiervoor moet uw werknemer wel toestemming verlenen.

Voorwaarden heffingskortingen en werkbonus op een rij:

Algemene heffingskorting
Voor 2014 is de algemene heffingskorting maximaal € 2.103 en minimaal € 1.366 als de werknemer jonger is dan de AOW-leeftijd. Als de werknemer de AOW-leeftijd heeft bereikt, is de heffingskorting in 2014 maximaal € 1.065 en minimaal € 693. De algemene heffingskorting wordt afgebouwd met 2% van het inkomen als dat meer is dan € 19.645 per jaar, maar minder is dan € 56.495.

Arbeidskorting
In 2014 wordt de arbeidskorting verminderd met 4% van het inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking als dit inkomen meer is dan € 40.721 per jaar, maar minder is dan € 83.971. De arbeidskorting is € 367 als het inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking € 83.971 of hoger is.

Werkbonus
Sinds 1 januari 2014 krijgt uw werknemer een werkbonus als hij voldoet aan de volgende twee voorwaarden:

  • Hij geniet loon uit tegenwoordige dienstbetrekking.
  • Hij is 60, 61, 62 of 63 jaar op 31 december 2013.

De hoogte hangt af van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van uw werknemer.

Meer gedetailleerde informatie vindt u in het Handboek loonheffingen 2014, blz 333, tabel 2a t/m 2g.

Bron: Belastingdienst Handboek loonheffingen 2014