Pic

Het dilemma van de leasefiets

Met de voorgenomen maatregel om voor privégebruik van een leasefiets een bijtelling van 7 procent vast te stellen, verwacht de overheid dat meer mensen op de fiets naar hun werk zullen gaan. Maar hoe voordelig is dit eigenlijk? Want er zitten wel wat haken en ogen aan de maatregel.

Reiskostenvergoeding

Stel: je woont op 10 kilometer van je werk en ontvangt een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer van € 67,77 per maand (forfaitaire regeling). Een leasefiets kost op internet gemiddeld 2.500 euro, met verzekering en onderhoud, € 81,00 per maand bij een leasetermijn van 36 maanden. 7 procent van € 2.500,00 geeft een bijtelling van € 14,84 per maand. Netto, bij een belastingtarief van 37,35 procent kost dit € 5,45 netto per maand. Maar! Wie gebruik maakt van deze regeling, raakt ook zijn of haar reiskostenvergoeding kwijt!

Het kost dus € 67,77 + € 5,45 = € 79,99 per maand. Dit is € 1,01 minder dan wanneer je de fiets privé least. Na 36 maanden, als de leasetermijn afloopt, heeft de fiets € 2.897,58 gekost. Tel daarbij op de overnameprijs van de leasefiets van € 375,00. De fiets kost dan € 3.254,58.

Wat is het voordeel voor de werkgever?

Maar wat als je geen reiskostenvergoeding ontvangt? Dan rij je voor € 5,45 per maand op een mooie fiets. Na de leasetermijn van 36 maanden kun je de fiets van de leasemaatschappij overnemen voor € 375,00. De fiets heeft dan 36 x € 5,45 + € 375,00 = € 571,04 gekost. Maar het kost de werkgever wel € 81,00 per maand. Dus: wat is het voordeel voor de werkgever? Zijn voordeel ontstaat pas wanneer een reiskostenvergoeding van meer dan € 81,00 per maand wordt betaald. Maar dan vervalt het voordeel voor de goedbedoelende fietser weer.

Sigaar uit eigen doos

Een werkgever kan meerdere beweegredenen hebben om een leasefiets ter beschikking te stellen. Maar vooralsnog lijkt de regeling een extra kostenpost voor de werkgever te zijn. Na 36 maanden heeft de werkgever immers 36 x € 81,00 = € 2.916,00 aan de leasemaatschappij betaald. Voor de werknemer, die een reiskostenvergoeding ontvangt, is het een sigaar uit eigen doos. Gelukkig blijft de bestaande fietsregeling voor verstrekking en vergoeding van de fiets bestaan. Die regeling is alleen voor de belastingontvanger nadelig.

Een oplossing?

Nog een stelling: je schaft privé een fiets aan van € 2.500,00. Voor de bekostiging sluit je een renteloze lening voor dat bedrag bij je werkgever af. Deze los je vervolgens af met je reiskostenvergoeding, want daar blijf je gewoon recht op houden. Dan heb je na 37 maanden de € 2.500,00 afgelost. Deze € 2.500,00 blijft buiten de werkkostenregeling.

Nog mooier zou het zijn als de werkgever de fiets vergoedt, onder inhouding van het bruto loon, bovenwettelijke verlofdagen of overwerk. Het fiscale voordeel is dan € 2.500,00 x 37.35% = € 933.75, waardoor de fiets € 1.566,25 kost. Echter, dan komt de vergoeding van de fiets wel in de vrije ruimte in de werkkostenregeling. Veel kleine werkgevers hebben die ruimte helemaal niet.

Wind mee

Als de minister echt wil dat we met z'n allen meer op de fiets naar ons werk gaan, dan is het vooral zaak om de vergoeding van de fiets uit de werkkostenregeling te halen. Pas dan heb je als werkende fietser de banden vol en de wind in de rug.

E-mailadres